Even buiten Madrid, de hoofdstad van Spanje, staat een heel groot gebouw, waarop met grote boterletters geschreven staat: P I E T E N S C H O O L

Voor het gebouw ligt een vijver, die helemaal gevuld is met rode Spaanse wijn en de bomen van de oprijlaan hangen vol met pepernoten. Bij de voordeur staat vermeld, dat je je voor de Pietenschool kunt opgeven bij Sint Nicolaas, Speculaaslaan 5 te Madrid, telefoon 512.

Nu was er een Nederlandse jongen, Peter genaamd, die speciaal naar Spanje was gereisd om tot de Pietenschool te worden toegelaten. Peter was een aardige blonde jongen van 17 jaar. Toen hij zich bij Sinterklaas kwam opgeven, sprak de Sint: "Best, mijn jongen, ik zal je toestemming geven om op de Pietenschool te komen, maar begrijp goed, dat het een zware opleiding is. Maar, als je met goed gevoel je examen hebt gedaan, mag je bij mij in dienst komen. Je naam Peter veranderen wij in Pablo en voordat je naar school kunt gaan, moet je eerst een roetbehandeling ondergaan. Dat gebeurt hier in het huis naast het mijne, dus op nummer 7. Meld je daar dus eerst maar eens aan." Peter, die nu dus Pablo heette, vertrok naar het huis ernaast en belde aan.

Een Pieterman deed open. Pablo werd naar een kamer gebracht en in een stoel gezet. De Pieterman bracht hem een heerlijke bord pap, gemaakt van gemalen marsepein, speculaas en pepernoten, vermengd met Spaande wijn en sprak: "Pablo, zodra je het bord leeg hebt, gaan de lichten in deze kamer uit. Je moet dan zes uur in het donker blijven zitten; is die tijd om, dan kom ik je weer ophalen." "Goed," antwoordde Pablo, "maar..... doet het geen pijn?" De Pieterman moest lachen en verzekerde Pablo, dat het echt geen pijn zou doen. Pablo at zijn bord leeg en bleef toen rustig zitten. Hij zag niets, want het was donker en hij voelde ook niets; alleen hoorde hij een heel zacht geruis, alsof het motregende.

Na een poosje ging hij maar Sinterklaasliedjes zingen; zo ging de tijd een beetje vlugger voorbij. Eindelijk was het dan zover; de deur ging open. De Pieterman kwam binnen en draaide het licht weer aan. Pablo stond op en zei: "Waarvoor was dat nu allemaal nodig? Er is in al die tijd helemaal niets gebeurd!" De Pieterman bracht hem naar een grote staande spiegel en toen Pablo in de spiegel keek.......! Hij begreep er helemaal niets van; stond daar nou ook een Pieterman? Nee hoor, hij was het zelf! Maar..... hij was pik, pikzwart geworden. Zelfs zijn blonde haren waren zwart. Pablo bekeek en bevoelde zich van alle kanten.

Wat vreemd; hij was ineens een Pieterman geworden en zou het zijn hele leven blijven ook. "Ik begrijp nog steeds niet, hoe dat zo is gegaan, want ik heb er toch helemaal niets van gevoeld," zei Pablo tot de Pieterman. "Ja, beste Pablo," lachte de Pieterman, "dat zijn van die wonderen, waar alleen Sinterklaas het fijne van weet, maar die vertelt je er niets over hoor!" Toen Pablo van de schrik was bekomen, vertrok hij naar de Pietenschool. Daar werd hij door de directeur ontvangen. Die directeur heette Meneer Meetlat, waarschijnlijk omdat hij zo dun en lang was.

Pablo werd naar de klas gebracht, waar al 19 andere zwarte knapen zaten. En toen begonnen de lessen; deze werden gegeven door Meneer Meetlat en door een andere onderwijzer, die Grappenmantel heette. Het was hard werken daar; het lesrooster omvatte een heleboel vakken, maar de voornaamste waren: kinderkennis, gymnastiek, maken van suikergoed en dergelijke heerlijkheden en tenslotte het vak grapjasserij. Bij de lessen over kinderkennis leerden de Pieten wat de kinderen denken, waarom ze wel eens stout zijn, hoe het komt, dat ze soms jokken en dat soort dingen. Eens in de week kwam er dan ook een hele kleuterklas op bezoek en dan moesten de Pieten de kinderen bestuderen en na afloop precies kunnen vertellen, waarom een paar kinderen ruzie hadden, waarom ze zo'n lawaai maakten, waarom zij ondeugend waren enzovoort.

De gymnastieklessen waren heel erg zwaar; de Pieten moesten erg lenig worden gemaakt. Ze leerden klimmen, langs regenpijpen glijden, hard lopen en op touwen balanceren. Als voorbeeld waren er vier apen in een grote kooi! Ook stonden er in de schooltuin torenhoge klimrekken en hemelshoge palen. In de keuken leerden de Pieten hoe ze allerlei lekkernijen moesten maken, zoals suikergoedbeesten, borstplaat, marsepein, taaitaai en boterletter. Dat waren fijne lessen, want na afloop mochten ze alles opeten, wat ze hadden gemaakt. Pablo had bij deze lessen eenmaal een grote fout gemaakt: hij had zout in plaats van suiker gebruikt. Je begrijpt wel, dat hij 's avonds pijn in zijn buik had!

De lessen over grapjasserij waren het allerfijnste. Wat ze daar allemaal leerden! Het was teveel om op te noemen; ze hadden enorme pret en moesten vaak zo hard lachen, dat Sinterklaas in Madrid het kon horen! Nu was meneer Grapmantel ook een hele goede onderwijzer, die steeds weer gekke dingen wist te verzinnen. Als 's avonds om 6 uur de schoolbel luidde, hadden de jongens vrij en dan trokken ze samen naar de stad Madrid om daar meteen wat praktijkervaring op te doen.

Zo gingen ze eens naar een straat, waar de verlichting kapot was. Met zijn allen gingen ze naast elkaar staan over de hele breedte van de weg. Als er dan mensen aankwamen hielden de Pieten zich muisstil! De wandelaars, die de zwarte knapen in het donker natuurlijk helemaal niet konden zien, botsten dan ook tegen de Pieten op en die riepen dan allemaal tegelijkertijd heel hard: "Boeoeoeoeoe!" De mensen sloegen van schrik de handen voor de ogen en in die tussentijd slopen de Pieten dan stiekem weg. "Spoken," riepen de mensen dan verschrikt!

Ook gebeurde het, dat ze naar de bioscoop gingen, waar ze met zijn twintigen naast elkaar gingen zitten. Die zwarte jongens kon je natuurlijk in die donkere zaal niet zien zitten en telkens kwamen er ook bezoekers, die op een stoel wilden gaan zitten, waar een Piet op zat! Ze schrokken dan verschrikkelijk als ze boven op een Piet kwamen te zitten, vooral als die Piet plotseling "jippie-jee" riep. Soms klommen ze wel eens stiekem met z'n allen in een hoge boom en dan maakten ze de mensen op straat aan het schrikken door hen allemaal borstplaat op het hoofd te gooien. Bovendien gaat het verhaal, dat ze een keer een heel lang touw namen en daarmee boven op het dak van de burgermeesterswoning klommen. Boven aangekomen, bonden ze zich met z'n allen aan het touw vast en zaten op de schoorsteen te luisteren. Plotseling hoorden ze, dat de burgemeester de klep van de schoorsteen opendeed en....... één, twee, drie...... daar gingen alle Pieten achter elkaar door de schoorsteen naar beneden en stonden in een mum van tijd in de kamer van de burgemeester. Die brave man viel op slag flauw van de schrik en moest met een glas water weer worden bijgebracht.

Ja, Ja, die dingen kunnen je overkomen in een stad, waar een Pietenschool is. Als je nog eens in Madrid komt, moet je dus maar niet schrikken, als je iets geks overkomt! Pablo was een heel goede leerling; toen hij voor zijn examen was geslaagd, mocht hij direct bij Sinterklaas in dienst komen en sedertdien gaat hij elk jaar in december mee naar Nederland. Zie je dus een extra goede, leuke en lenige Pieterman, dan is het vast en zeker Pablo!

© 2006 - 2017 Jan Hengeveld.